vrijdag 8 februari 2013

3.0: Privacy


Het internet kent weinig geheimen voor mensen van mijn generatie. Wie net als ik in het einde van de jaren tachtig is geboren, heeft de opkomst van het internet heel bewust mee gemaakt. Dat je niet kon bellen wanneer iemand zat te internetten en vice versa, de extreem lange laadtijden van websites die toen nog geen fractie weergaven van wat men tegenwoordig binnen enkele nanoseconden terug vindt op een website, enzovoorts. Je zou er melancholisch van worden. Ook al maakte ik de opkomst mee, zelfs ik kan me nog amper herinneren wat ik op een computer deed toen er nog geen internet was.

Vooral vanaf de middelbare schooltijd begon internet een belangrijke rol te spelen in het onderhouden van contacten. Wie van de mensen van mijn leeftijd is niet opgegroeid met MSN, tenslotte. Elke avond even inloggen en kijken wie er online was om te babbelen. De meldinggeluidjes van een inkomende chat resoneren tot op de dag van vandaag door mijn hoofd. En als je slim was, ging je pas online na Goede Tijden Slechte Tijden. Immers, meer kans dat dat ene toch wel erg aardige meisje (nee, nee, ik ben niet verliefd) uit klas 2D ook online zou zijn. Echter, MSN was tweerichtingsverkeer. Het was een virtueel equivalent van een face-to-face gesprek tussen twee personen.

Bij de opkomst van de sociale media, kwam het verkeer uiteindelijk uit verschillende richtingen. Je kreeg niet enkel informatie van één persoon, maar er werd tevens zichtbaar wat mensen met andere mensen delen, tot welke netwerken van vrienden ze behoren, welke interesses ze gemeen hebben, enzovoorts. Het gebruik van sociale media en sociale netwerksites is in de afgelopen jaren veel gegroeid in populariteit. Sociale netwerksites (SNS) typeren zich doordat ze het mogelijk maken voor mensen om online communities te vormen en om user-created content te delen (Kim, Kim, Oh & Ryu, 2010). Populaire sociale media kanalen als Facebook, Twitter en Hyves bieden de mogelijkheid een profiel te onderhouden en interesses, statusupdates, verhalen en foto’s toe te voegen en te delen met contacten. Sociale internet media zijn niet langer het digitale evenbeeld van een face-to-face gesprek. Nee, SNS realiseren dat we mensen op een zelfde manier kunnen bekijken zoals we ze in fysieke gemeenschappelijke ruimtes kunnen bekijken. Hoe mensen zich tot elkaar verhouden in een schoolkantine, welke mensen elkaar kennen in een kroeg, en welke mensen dezelfde muzikale voorkeuren hebben in een concertzaal. En zo zijn er nog legio voorbeelden te bedenken, en al deze voorbeelden geven aan hoeveel informatie wij over onszelf prijsgeven via SNS.

En wanneer het gaat om informatie prijsgeven, komt er al snel een andere term om de hoek kijken: privacy. Ik sla het Ster woordenboekje uit de boekenkast naast me even op en citeer, pri-va-cy [p r a j v e s ie] v(m) de mogelijkheid om in eigen omgeving helemaal zichzelf te zijn. Deze definitie is als het gaat om privacy met betrekking tot sociale media niet helemaal bevredigend. Immers, zijn sociale media echt je eigen omgeving? Ik vergeleek de huidige sociale media net met fysieke situaties waarin we ons gezamenlijk begeven. Een kroeg of een schoolaula zou ik gevoelsmatig niet beschrijven als een eigen omgeving. Dus speur ik verder naar een meer bevredigende definitie. Garfinkel (2000) schrijft over privacy het volgende: privacy gaat niet over het verborgen houden van dingen, het gaat om het zelf beheren, autonomie en integriteit. Privacy is het recht van mensen om te controleren welke details van hun leven in eigen huis blijven, en wat lekt naar de buitenwereld. Burgers en consumenten dienen te weten wie welke informatie verzameld en hoe deze wordt gebruikt.

Als ik nogmaals naar de eerder beschreven definitie van SNS (Kim et al., 2010), dan vind ik parallellen. Zij beschrijven dat SNS zich typeren door het delen van informatie die door de gebruiker zelf is gecreëerd binnen een online community, SNS als een omgeving waar een profiel onderhouden waarin interesses, foto’s enzovoorts worden gedeeld met contacten. Op sociale media als Facebook kun je zelf erg goed bepalen wat je met wie deelt, je kan zelfs kiezen om dingen te delen met enkel de mensen die jij typeert als ‘goede vrienden’, in plaats van al je contacten. Als we kijken naar de definitie van privacy die Garfinkel (2000) geeft, kun je dus zeggen dat we aardige controle hebben over dat wat wij willen ‘lekken’.

Waar gaat het dan fout, waar komen de discussies over internetprivacy vandaan? In mijn ogen is het een combinatie van te veel willen delen, en het niet bewust zijn van wat je nou eigenlijk deelt. Van beiden, ter illustratie, een voorbeeld. Mensen Twitteren te pas en te onpas, delen te veel. Ik hoef niet per se te weten dat iemand cupcakes heeft gebakken of dat iemand ziek is. Voor sociale media er waren, belde ik volgens mij ook niet iedereen op om dit even te delen. En ze zijn niet zich bewust van wat ze zich delen. Binnen het bedrijf waar ik werk wordt niet meer over gehaalde dagomzetten gesproken, omdat er mensen zijn geweest die deze bedrijfsgevoelige informatie deelden via Facebook. Het logische gevolg van al dat gedeel, is dat mensen meer over je weten wanneer je nooit iets het wereldwijde web in stuurt. Ik weet meer over de chihuahua van mijn ex-collega dan van mijn buurman. De keffende rat heeft godbetert een eigen pagina op Facebook, terwijl mijn buurman door het vele sporten nauwelijks aan Facebooken toekomt. Gelukkig is de enige die ik hier op de gang in mijn appartementencomplex tref mijn buurman, daar ben ik dan wel weer blij mee.

Conclusie van alles wat ik hier boven beschrijf, is dat ik vind dat we zelf meer moeite moeten steken in het bepalen wat we willen ‘lekken’. Natuurlijk biedt het internet vele manieren om dingen te achterhalen, het is een consequentie die een medium met zich meebrengt. Het belangrijkste is dat we ons hier in steeds grotere mate bewust van worden. Ik vind discussies waarin de overheid wordt beschuldigd ‘alles van ons te kunnen weten middels het internet’ overtrokken. Sterker nog, de overheid heeft al verschillende campagnes gevoerd om ons bewust te maken van onze digitale lekkages. Zoals Stanislav, de Oostblok-crimineel, die via Hyves toch wel erg dichtbij wist te komen..


Literatuur:

De Boer, W.Th. & De Smit, M.P. (2001). Ster Woordenboek Nederlands. Utrecht – Antwerpen: Van Dale Lexicografie.

Garfinkel, S. (2000). Database nation: The death of privacy in the 21st century. Sebastopol, Calif.: O’Reilly.

Kim, J.K., Kim, H.K., Oh, H.Y. & Ryu, Y.U. (2010). A group recommendation system for online communities. International Journal of Information Management, 30(3), 212-219.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten