maandag 25 februari 2013

3.0: De vooravond van de Nieuwe Middeleeuwen





Al sinds de mensheid belangrijke ontdekkingen heeft gedaan over manieren waar op in vroegere tijden werd gecommuniceerd, is duidelijk dat onze voorgangers gebruik maakten van afbeeldingen om boodschappen te verduidelijken. Denk bijvoorbeeld aan de symbolen uit het oude Egypte die zich ontwikkelden tot hiëroglyfen en belangrijke betekenisdragers werden in de communicatie van de Egyptenaren. Denk ook aan de ontdekking van de grottekeningen in Lascaux, Frankrijk, waar duidelijk werd dat ook in tijdperken ver voor het oude Egypte, tekeningen dienden als boodschappen. Door gebruik te maken van leem en verfbestanddelen, werd het jachtproces afgebeeld op de wand van een grot.

Over de exacte bedoeling van de grottekeningen wordt nog steeds in het duister getast, en niet alleen omdat het zo donker is in de grotten. Er zijn vele theorieën over de betekenis en het nut van de grottekeningen. Zo zouden de tekeningen behoren tot een ritueel dat bij de jacht hoorde. Er zijn ook theorieën over de angst die de oermensen hadden voor de geschilderde dieren, en dat deze angst bezworen werd door stamhoofden door de enge beesten op een grotwand te kalken. Ik was vroeger bang voor juf Gonneke, maar ik denk niet dat het had geholpen om haar met vingerverf op de keukenmuur te portretteren.

Eén ding is zeker; het gebruik van afbeeldingen bij de Egyptenaren heeft zich op een zekere manier ontwikkeld ten opzichte van het gebruik van afbeeldingen bij de prehistorische mens, en de ontwikkeling is daarna niet opgehouden. Deze hiërogliefen hadden al een meer iconische waarde dan tekeningen, en toen uiteindelijk in de loop der eeuwen symbolen zich ontwikkelden tot taaltekens. Bij het ontstaan van taal werd een deelbaar medium geboren, en door het doorgeven van taal werd kennis doorgegeven, en deze kennis lag aan de basis van welvaart. De rest is geschiedenis, en dankzij het ontstaan van de boekdrukkunst, werd deze geschiedenis nog wijder verspreid.

Ja, ik raas er even heel hard en ongenuanceerd doorheen. Deze beknopte geschiedenis staat aan de basis van een begrip wat wij in het heden kennen als geletterdheid. In de Middeleeuwen ging het hierbij vooral om in de mate waarin iemand kon lezen en schrijven, maar tegenwoordig is het begrip beter te omschrijven als de competentie om met informatie om te gaan, te begrijpen en doelgericht te gebruiken. Hierbij is een typische ontwikkeling gaande, als je het proces van een flinke afstand beschouwd. Vroeger werd kennis doorgegeven door zien en horen. Je zag iets, omschreef het aan de ander, en zo ging informatie van mond tot mond. Of als je er een beetje goed in was, maakte je er een schilderij van. Bij deze vormen van kennisoverdracht was altijd enige vorm van ruis aanwezig. Een schilderij werd altijd aangedikt, en bij de orale overlevering van verhalen, namen verhalen ook uiteindelijk andere vormen aan. Probeer het maar eens in de klas, start een roddel op. Grietje die een vriend heeft, maar aanvankelijk enkel naar een andere man keek, wordt na vele doorvertelbeurten een overspelig wicht, en Hans die eigenlijk voor Ajax is, maar ondanks dat toch zijn sympathie uitspreekt voor het spel van Bayern München, wordt uiteindelijk afgedaan als een gevaarlijke neo-nazi. Ik overdrijf marginaal, maar je snapt het idee.

Met het ontstaan van het lezen en schrijven, en later de boekdrukkunst, werd een vorm van kennisoverdracht gevonden die minder onderheven was aan ruis. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles wat geschreven is in een boek, waar is. Zo schreef Herman Brusselmans ooit in zijn boek dat Arnon Grunberg uit zijn muil riekt. Dergelijke zaken dienen toch geverifieerd te worden. Nee, zonder ongein, een boek als object an sich, blijft onveranderd, onafhankelijk van het aantal lezers. Anders dan de orale overlevering, leest iedereen het oorspronkelijke verhaal van de eerste ‘verteller’.

Dan komen we nu aan bij de thesis van Geeske Kanters (2012). In de scriptie van Kanters (2012) wordt gesproken over het begrip meervoudige geletterdheid. Hierbij draait het vooral om dat geletterdheid meer is dan de set regels over taal die je meekrijgt, maar dat geletterdheid ook onlosmakelijk is verbonden met beelden, lay-out, kleuren, enzovoorts. Er wordt gesproken over het feit dat de huidige generatie vraagt om een andere aanpak, om andere vaardigheden en om nieuwe meervoudige geletterdheid. Er wordt hier gesteld dat de jongeren van de nieuwe generatie nieuwe media sneller accepteren en eerder de behoefte hebben om buiten traditionele instituties te treden (Soetaert, 2006: 25).

Dergelijke theorieen zijn niet enkel van de jaren ’10. Mayer (2005) schreef al over een multimodale aanpak van leren. In The Cambridge Handbook of Multimedia Learning omschrijft hij het begrip multimedia als het presenteren van woorden (zoals bijvoorbeeld gedrukte tekst of gesproken tekst) en afbeeldingen (zoals bijvoorbeeld illustraties, foto’s, animatie of video). De nadruk ligt hierbij op het presenteren van beide condities (meerdere vormen van media). Vervolgens omschrijft hij het leren met behulp van multimedia als het opbouwen van mentale representaties vanuit woorden en afbeeldingen. Ook laat Mayer zien dat er twee richtingen zijn in de wetenschap van multimedialearning; De learner-centered approach is een benadering in het ontwerpen van instructies met de focus op het gebruiken van multimedia technologie als een steun van menselijke cognitie. De technology-centered approach focust meer op het gebruiken van technologie met betrekking tot instructies en op welke technologie het meest effectief is in het presenteren van informatie. Stilstaan bij de verschillende benadering van multimodaal leren biedt een goed kader om nieuwe onderwijsmethoden te formuleren.

Wat heeft die hele eerder beschreven beknopte geschiedenis van de geletterdheid dan met dit alles van doen? Eerder beschreef ik hoe geletterdheid in de zin van lezen en schrijven belangrijk is geweest voor de reductie van ruis in kennisoverdracht. Nieuwe media bieden kansen om op traditionele wijze gebruik te maken van het zien en luisteren zoals we dat voor de Middeleeuwen ook al deden. De informatiedragers zijn alleen meer betrouwbaar geworden, we luisteren via internet en televisie naar verhalen in plaats van naar orale overlevering. Als iemand iets wat hij heeft gezien wil delen, hoeft hij niet meer te schilderen, maar enkel een snapshot van zijn smartphone te delen op zijn wall. Het belangrijkste besef is dat boeken niet langer de meest nodige dragers zijn voor kennisoverdracht. De komende decennia zullen we gaan uitvinden hoe we deze klassieke vormen van kennisoverdracht in een modern jasje gaan integreren in het nieuwe leren, en hoe we traditionele vormen van leren langzaam loslaten.

Bronnen:
Kanters, G. (2012). Spiegeltje, spiegeltje in de hand (Master-thesis).

Mayer, R. E. (2005). Introduction to Multimedia Learning. In R. E. Mayer, The Cambridge handbook of multimedia learning (pp. 1-16). New York, NY: Cambridge University Press.

Soetaert, R. (2006). De Cultuur van het lezen. Den Haag: De Nederlandse Taalunie


1 opmerking:

  1. Hee tim!

    Allereerst: wat een leuk plaatje! Relevant en maakt lezers nieuwsgierig.

    Ik heb zo moeten lachen om je blog: je haalt echt leuke voorbeelden aan!

    Ik vind dat je tekstindeling goed is gekozen: je begint met een relevante geschiedenis, al was deze aanloop wel wat lang ten opzichte van de omvang van je tekst. Jouw twee onderwerpen daarin zijn duidelijk en identificeerbaar, maar soms leken deze wat door elkaar te lopen. Zo heb je het eerst over egyptenaren, dan over grottekeningen, dan over egyptenaren... ik móet wel zeggen dat je heldere schrijfstijl deze verwarring wel corigeert :)

    In mijn ogen is je blog academisch. Je gebruikt goede literatuur (jaja.. je hebt je goed verdiept in de stof voor afgelopen maandag..) en je humor laat je kritische kant zien.

    Kortom: t ziet er goed uit!

    Groetjess

    BeantwoordenVerwijderen