Over de exacte bedoeling van de grottekeningen wordt nog
steeds in het duister getast, en niet alleen omdat het zo donker is in de
grotten. Er zijn vele theorieën over de betekenis en het nut van de
grottekeningen. Zo zouden de tekeningen behoren tot een ritueel dat bij de
jacht hoorde. Er zijn ook theorieën over de angst die de oermensen hadden voor
de geschilderde dieren, en dat deze angst bezworen werd door stamhoofden door
de enge beesten op een grotwand te kalken. Ik was vroeger bang voor juf
Gonneke, maar ik denk niet dat het had geholpen om haar met vingerverf op de
keukenmuur te portretteren.
Eén ding is zeker; het gebruik van afbeeldingen bij de
Egyptenaren heeft zich op een zekere manier ontwikkeld ten opzichte van het
gebruik van afbeeldingen bij de prehistorische mens, en de ontwikkeling is
daarna niet opgehouden. Deze hiërogliefen hadden al een meer iconische waarde
dan tekeningen, en toen uiteindelijk in de loop der eeuwen symbolen zich
ontwikkelden tot taaltekens. Bij het ontstaan van taal werd een deelbaar medium
geboren, en door het doorgeven van taal werd kennis doorgegeven, en deze kennis
lag aan de basis van welvaart. De rest is geschiedenis, en dankzij het ontstaan
van de boekdrukkunst, werd deze geschiedenis nog wijder verspreid.
Ja, ik raas er even heel hard en ongenuanceerd doorheen.
Deze beknopte geschiedenis staat aan de basis van een begrip wat wij in het
heden kennen als geletterdheid. In de Middeleeuwen ging het hierbij vooral om
in de mate waarin iemand kon lezen en schrijven, maar tegenwoordig is het
begrip beter te omschrijven als de competentie om met informatie om te gaan, te
begrijpen en doelgericht te gebruiken. Hierbij is een typische ontwikkeling
gaande, als je het proces van een flinke afstand beschouwd. Vroeger werd kennis
doorgegeven door zien en horen. Je zag iets, omschreef het aan de ander, en zo
ging informatie van mond tot mond. Of als je er een beetje goed in was, maakte
je er een schilderij van. Bij deze vormen van kennisoverdracht was altijd enige
vorm van ruis aanwezig. Een schilderij werd altijd aangedikt, en bij de orale
overlevering van verhalen, namen verhalen ook uiteindelijk andere vormen aan.
Probeer het maar eens in de klas, start een roddel op. Grietje die een vriend
heeft, maar aanvankelijk enkel naar een andere man keek, wordt na vele
doorvertelbeurten een overspelig wicht, en Hans die eigenlijk voor Ajax is,
maar ondanks dat toch zijn sympathie uitspreekt voor het spel van Bayern
München, wordt uiteindelijk afgedaan als een gevaarlijke neo-nazi. Ik overdrijf
marginaal, maar je snapt het idee.
Met het ontstaan van het lezen en schrijven, en later de
boekdrukkunst, werd een vorm van kennisoverdracht gevonden die minder
onderheven was aan ruis. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat alles wat
geschreven is in een boek, waar is. Zo schreef Herman Brusselmans ooit in zijn
boek dat Arnon Grunberg uit zijn muil riekt. Dergelijke zaken dienen toch
geverifieerd te worden. Nee, zonder ongein, een boek als object an sich, blijft
onveranderd, onafhankelijk van het aantal lezers. Anders dan de orale
overlevering, leest iedereen het oorspronkelijke verhaal van de eerste
‘verteller’.
Dan komen we nu aan bij de thesis van Geeske Kanters (2012).
In de scriptie van Kanters (2012) wordt gesproken over het begrip meervoudige
geletterdheid. Hierbij draait het vooral om dat geletterdheid meer is dan de
set regels over taal die je meekrijgt, maar dat geletterdheid ook onlosmakelijk
is verbonden met beelden, lay-out, kleuren, enzovoorts. Er wordt gesproken over
het feit dat de huidige generatie vraagt om een andere aanpak, om andere
vaardigheden en om nieuwe meervoudige geletterdheid. Er wordt hier gesteld dat
de jongeren van de nieuwe generatie nieuwe media sneller accepteren en eerder
de behoefte hebben om buiten traditionele instituties te treden (Soetaert,
2006: 25).
Dergelijke theorieen zijn niet enkel van de jaren ’10. Mayer
(2005) schreef al over een multimodale aanpak van leren. In The Cambridge Handbook of Multimedia
Learning omschrijft hij het begrip multimedia als het presenteren van
woorden (zoals bijvoorbeeld gedrukte tekst of gesproken tekst) en afbeeldingen
(zoals bijvoorbeeld illustraties, foto’s, animatie of video). De nadruk ligt
hierbij op het presenteren van beide condities (meerdere vormen van media).
Vervolgens omschrijft hij het leren met behulp van multimedia als het opbouwen
van mentale representaties vanuit woorden en afbeeldingen. Ook laat Mayer zien
dat er twee richtingen zijn in de wetenschap van multimedialearning; De learner-centered
approach is een benadering in het ontwerpen van instructies met de focus op het
gebruiken van multimedia technologie als een steun van menselijke cognitie. De
technology-centered approach focust meer op het gebruiken van technologie met
betrekking tot instructies en op welke technologie het meest effectief is in
het presenteren van informatie. Stilstaan bij de verschillende benadering van
multimodaal leren biedt een goed kader om nieuwe onderwijsmethoden te
formuleren.
Wat heeft die hele eerder beschreven beknopte geschiedenis
van de geletterdheid dan met dit alles van doen? Eerder beschreef ik hoe
geletterdheid in de zin van lezen en schrijven belangrijk is geweest voor de
reductie van ruis in kennisoverdracht. Nieuwe media bieden kansen om op
traditionele wijze gebruik te maken van het zien en luisteren zoals we dat voor
de Middeleeuwen ook al deden. De informatiedragers zijn alleen meer betrouwbaar
geworden, we luisteren via internet en televisie naar verhalen in plaats van
naar orale overlevering. Als iemand iets wat hij heeft gezien wil delen, hoeft
hij niet meer te schilderen, maar enkel een snapshot van zijn smartphone te
delen op zijn wall. Het belangrijkste besef is dat boeken niet langer de meest
nodige dragers zijn voor kennisoverdracht. De komende decennia zullen we gaan
uitvinden hoe we deze klassieke vormen van kennisoverdracht in een modern jasje
gaan integreren in het nieuwe leren, en hoe we traditionele vormen van leren
langzaam loslaten.
Bronnen:
Kanters, G. (2012). Spiegeltje, spiegeltje in de hand
(Master-thesis).
Mayer, R. E. (2005). Introduction to Multimedia Learning. In
R. E. Mayer, The Cambridge handbook of
multimedia learning (pp. 1-16). New York, NY: Cambridge University Press.
Soetaert, R. (2006). De
Cultuur van het lezen. Den Haag: De Nederlandse Taalunie
Hee tim!
BeantwoordenVerwijderenAllereerst: wat een leuk plaatje! Relevant en maakt lezers nieuwsgierig.
Ik heb zo moeten lachen om je blog: je haalt echt leuke voorbeelden aan!
Ik vind dat je tekstindeling goed is gekozen: je begint met een relevante geschiedenis, al was deze aanloop wel wat lang ten opzichte van de omvang van je tekst. Jouw twee onderwerpen daarin zijn duidelijk en identificeerbaar, maar soms leken deze wat door elkaar te lopen. Zo heb je het eerst over egyptenaren, dan over grottekeningen, dan over egyptenaren... ik móet wel zeggen dat je heldere schrijfstijl deze verwarring wel corigeert :)
In mijn ogen is je blog academisch. Je gebruikt goede literatuur (jaja.. je hebt je goed verdiept in de stof voor afgelopen maandag..) en je humor laat je kritische kant zien.
Kortom: t ziet er goed uit!
Groetjess